Rate this iPost
De Morgen 15 februari 2010 {Pol.}

Uit een studie van de OESO over de loonkosten tussen 2005 en 2009 in verschillende Europese landen blijkt dat Belgische industriële bedrijven fors terrein verliezen ten opzichte van Duitsland. Die snel groeiende loonhandicap zou ook meegespeeld hebben in de beslissing van de Opeldirectie om de fabriek in Antwerpen te sluiten.
 
De nieuwe cijfers van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) berekent voor elk industrieland de loonkost ten opzichte van de productie. Daaruit blijkt dat de loonkosten in de hele Belgische economie drie keer sneller zijn gestegen dan in Duitsland en zelfs tien keer sneller in de verwerkende industrie, waar Opel Antwerpen onder valt.
 
Volgens werkgevers compromiteert die snel groeiende loonkost door verlies aan concurrentiekracht de economische toekomst in België. Ook vakbonden en politici erkennen dat er een probleem is, maar betwisten de omvang ervan.
 
Vicepremier Laurette Onkelinx (PS) wijst daarentegen op de verlaagde socialezekerheidsbijdragen voor jongeren en oudere werknemers die de loonkost minder zwaar maken en op het fiscale voordeel van de notionele intrestaftrek. Volgens Chris Serroyen van de ACV-studiedienst proberen de werkgevers de discussie steeds weer te vernauwen tot de loonkost,terwijl die maar 27% van de productiekost voor zijn rekening neemt. De productiviteit als geheel en de zwakke marktpositie op de markten van de toekomst spelen een veel grotere rol, maar daarover willen de werkgevers niet debatteren, aldus Serroyen.
 
De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) berekende overigens aan het eind van 2009 dat de loonhandicap was afgenomen. (Emmanuel Vanbrussel en Frank Demets)

Date: 2010/02/15Views: 5556From: Vanessa Barbier - Belgium